Wat ik je gun

Vandaag is mijn dochter 18. Een mijlpaal die voelt als vrijheid, belofte, toekomst. En het zet me aan het denken: in wat voor wereld stapt zij eigenlijk echt?

De afgelopen dagen las ik een interview met filosoof Eva von Redecker in De Groene Amsterdammer  over het idee dat een beter leven voor iedereen mogelijk is. Ik bleef hangen op dat woord: mogelijk. Want ik heb gezien wat er gebeurt als iets níet mogelijk is. Als een leven zich vernauwt. Als je beweegt binnen grenzen die je niet zelf hebt gekozen. Ik heb dat leven verlaten. Onderweg naar een beter leven.

Een hoopvolle gedachte en tegelijk ook een ongemakkelijke. Want wat bedoelen we eigenlijk met “een beter leven”? Ik merk dat ik er iets anders in lees dan alleen bestaanszekerheid of gelijke kansen. Voor mij is het ook een pleidooi voor iets wat minder tastbaar is, maar misschien wel fundamenteler: hoop. Niet als vaag begrip, maar als iets wat je voedt. Waar je naar leeft. Natuurlijk: veiligheid, een huis, werk, stabiliteit, dat zijn voorwaarden. Zonder die basis is er weinig ruimte voor iets anders.
Maar als je die basis hebt bereikt en je klimt omhoog in de Piramide van Maslow, blijkt dat er geen plateau is. Alleen lucht. Dat is het moment waarop de wereld minder houvast biedt. Dan begint het zoeken naar zin. Voor de buitenwereld soms moeilijk te begrijpen. Want je hebt toch een “goed leven”?

Je bent niet op zoek naar een betere versie van jezelf. Je bent op zoek naar iets wat daaronder ligt. Geluk, misschien. Maar zelfs dat is niet genoeg. Want als geluk is wat je zocht en je vindt het, dan ben je er nog maar half als je niet ook ergens op bent blijven hopen.

Als dit het is… is het dan genoeg? Is dit wat ik mijn dochter wil meegeven? Die gedachten kwamen op toen mijn dochter me vertelde dat ze van mij had geleerd hoe belangrijk economische onafhankelijkheid is voor haar en daarop haar studiekeuze baseert. Eerst voelde ik trots. Daarna verwondering. En toen ook zorg. Want ik weet hoe de werkelijkheid eruitziet.

Haar pad zal lang zijn. Haar afhankelijkheid, zeker in de eerste jaren, groter dan haar zelfstandigheid. En ze zal te maken krijgen met systemen en machtsverhoudingen die niet vanzelf in haar voordeel werken. Dus wat gun ik haar? Niet alleen veiligheid. Niet alleen zelfstandigheid. Niet alleen een goed leven. Ik gun haar dat ze dat andere niet kwijtraakt. Dat kleine, stille verzet in haarzelf.

Dat ze niet alleen leert hoe ze zich aanpast, maar ook hoe ze blijft voelen wat waar is, zelfs als dat haar onrustig maakt, zelfs als dat haar pad ingewikkelder maakt. Misschien is dat wel hoop. Iets wat schuurt, en beweegt, en weigert om stil te vallen. En misschien, denk ik nu, is dat de wereld die ik haar het meest gun. Iets wat je niet bezit, maar wat je doet. Een wereld waarin hoop geen luxe en geen toeval is, maar een werkwoord. En hopelijk samen verder in die wonderlijke rafelige wereld van ons…

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.